Lucas en de kleine, rustige hupjes

Leeftijd 3–5

Voordat Lucas de grote speeltuinheuvel op kan klimmen, moet hij eerst een klein, koppig probleem oplossen: een veter die niet dicht wil blijven. Eén klein pogingetje leert hem om “ik ga het proberen” te zeggen in plaats van “ik kan het niet”.

De omslag van “Lucas en de kleine, rustige hupjes”

Lucas zat op zijn knieën bij het houten bankje, in zijn feloranje jas en met stevige bruine veterlaarzen aan. “Ik kan mijn laars niet strikken,” zei hij. Hij trok de veter in een slappe warboel. “Hij gaat steeds weer los!”

“Ik kan het niet” plofte eruit, zo slap als de veter zelf. Lucas keek omhoog naar de grote grasheuvel achter het bankje, de heuvel die hij vandaag op wilde klimmen. Opeens voelde alles veel te moeilijk.

Nel hupte naar hem toe en hield zijn harige kopje scheef. “Je maakt niet in één keer een hele knoop,” piepte hij. “Je maakt eerst één klein lusje. Dan één klein trekje. Probeer maar!”

Pagina 1 van "Lucas en de kleine, rustige hupjes"Pagina 2 van "Lucas en de kleine, rustige hupjes"Pagina 3 van "Lucas en de kleine, rustige hupjes"

Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek