Zoë en het lichtje dat niet bang was
Leeftijd 3–5
Als schaduwen in de nacht uitgroeien tot reuzen en buiten de donder rommelt, pakt Zoë haar trouwe zaklamp en leert ze enge vormen en harde geluiden om te toveren in een spel waar zij de baas over is, aangemoedigd door een wijs uilenlampje.

De wind klopte. De regen tikte. De schaduw van het gordijn werd lang en dun op de muur, als een slaperige reus die opstaat om te geeuwen. Zoë trok de deken tot aan haar kin en zat heel stil.
‘Hoe-hoe,’ zei Bosco, het uilenlampje, dat zacht scheen op de plank. ‘Een schaduw is gewoon licht met iets ervoor. Wil je het zien?’ Zoë gluurde onder de deken vandaan, nieuwsgierig nu, niet meer opgekruld.
Zoë pakte de dikke zaklamp met de rode rubberen ring. Klik! Ze scheen met de lichtstraal recht op het gordijn, en daar was het geheim van de reus: gewoon stof dat heen en weer zwaaide in de tocht. ‘Zet maar aan, Zoë!’ juichte ze.



Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek