Zoë en de gebroken vleugel van Wilmeke

Leeftijd 3–5

Terwijl Zoë een mossige tuin verkent, vindt ze een piepklein feetje met een gescheurde bladvleugel. Met zachte handen, tuintape en spinnenzijde moet ze de vleugel herstellen voordat de zon ondergaat.

De omslag van “Zoë en de gebroken vleugel van Wilmeke”

Aan de rand van de tuin, waar de bloemen wild groeien, liep Zoë op haar tenen naar binnen, zo stil als een wolkje. Bij de oude varentunnel glinsterde iets. Kleine stapjes. Kleine stapjes. Wat zou het zijn?

Daar! Op een gekruld blaadje zat een piepklein feetje te trillen. Haar vleugel was gescheurd en hing omlaag als een kapotte vlieger. ‘Oh,’ fluisterde Zoë, en ze knielde dichtbij. ‘Kleine stapjes. Kleine stapjes. Ik doe je geen pijn.’

Wilmeke piepte een klein hikje en schuifelde achteruit. Zoë zat heel stil, als een steen, als een boomstronk. ‘Het is goed,’ zei ze zacht. ‘Kleine stapjes. Kleine stapjes. Ik wil je alleen maar helpen.’

Pagina 1 van "Zoë en de gebroken vleugel van Wilmeke"Pagina 2 van "Zoë en de gebroken vleugel van Wilmeke"Pagina 3 van "Zoë en de gebroken vleugel van Wilmeke"

Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek