Noah en de verloren hoed van Distel
Leeftijd 3–5
Als de rode toverhoed van een piepkleine tuinkabouter vast komt te zitten in de frambozenstruik, bevrijdt Noah hem met zijn favoriete vergrootglas en zachte, geduldige vingers.

In een tuin vol zonnebloemen, hoog en vol licht, zag Noah graag kleine wondertjes in het zonlicht. Op een ochtend riep een piepklein stemmetje, dun en zacht: ‘Mijn hoed! O nee! Mijn hoed is gevallen!’
Daar stond Distel, zonder hoed, en helemaal blauw! Zonder zijn rode hoed was zijn tuintoverkracht weg. ‘Met mijn puntige hoed groeien mijn bloemen sterk,’ zuchtte hij. ‘Hij zit ergens vast. Waar is hij gebleven?’
‘Ik help je zoeken!’ zei Noah met een brede lach. ‘Ik ben goed in dingen vinden, we zoeken en vinden hem vast!’ Hij pakte zijn vergrootglas, dat hij altijd bij zich had, om kleine kevers en mieren op de grond te bekijken.



Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek