Emma en de kaart van de bijenlijnen
Leeftijd 6–8
Als de klas van Emma een wilde bijenkolonie moet vinden, werkt ze samen met een aardige imker, imker Daan, om de vluchtlijnen van de bijen te bekijken en op de kaart te zetten. Zo veranderen drie rechte bijenlijnen in één spannende driehoek die de weg naar huis wijst.

“Bijen hebben een wild thuis nodig, en mijn klas moet dat vinden,” zei Emma. Imker Daan zette een klein houten bakje met suikerwater neer. “Kijk goed,” zei Daan. “Niet vangen, niet aanraken. Alleen kijken. De bijen wijzen ons de weg.”
Zoem. Een dikke gestreepte bij landde op het bakje en dronk. “Dat is er één!” fluisterde Emma, terwijl haar koperen kompas heen en weer zwaaide toen ze dichterbij boog. Zigzag klom langs een madeliefjesstengel omhoog. “Oooh, een bij! Is dat mijn vriendje?” “Sst,” zei Emma. “Kijken, niet praten.”
De bij steeg op en vloog pijlsnel over het hek, richting de eiken. Emma draaide zich om, met grote ogen. “Ze vloog die kant op!” zei ze, wijzend. Daan knikte. “Dat is een rechte bijenlijn. Teken hem maar.” Emma trok één zorgvuldige lijn over het papier.



Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek