Zoë en de berg van “Nog niet”

Leeftijd 6–8

Nadat Zoë drie keer van haar fiets is gevallen, leert ze dat “ik kan het niet” eigenlijk “ik kan het nog niet” betekent. Bij de vierde poging zoeft ze eindelijk helemaal zelf over de stoep.

De omslag van “Zoë en de berg van “Nog niet””

Ding-ding! Het lieveheersbeestjesbelletje van Zoë rinkelde terwijl haar bezwete handen het stuur vastgrepen. Haar glimmende rode fiets stond klaar op de oprit, voor het eerst zonder zijwieltjes. “Vandaag is het zover,” zei ze tegen Boris de kat, en ze klikte haar hemelsblauwe helm stevig vast onder haar kin. “Vandaag fiets ik helemaal zelf!”

Ze gaf zich een zet en reed de stoep op. Wiebel, wiebel... BONK! Recht de heg in ging ze, met blaadjes in haar haar, roze geschaafde knieën en de geur van platgedrukt gras om zich heen. “Au!” riep ze. Boris gluurde tussen de takken door en knipperde met zijn ogen, alsof hij wilde zeggen: “Dat zag er pijnlijk uit.”

Ze probeerde het opnieuw. Wiebel... BONK! En nog een keer: wiebel, PLOF! Drie keer die heg in! “Dit lukt nooit,” zei Zoë. Ze plofte neer in het gras, met haar helm nog vast onder haar kin, en sloeg haar armen om haar knieën. Zou er ooit een keer zijn die wel lukte?

Pagina 1 van "Zoë en de berg van “Nog niet”"Pagina 2 van "Zoë en de berg van “Nog niet”"Pagina 3 van "Zoë en de berg van “Nog niet”"

Maak het met de naam en foto van je kind · Bekijk de verhalenbibliotheek